
Wat is het verhaal achter een object?
Collectieverhalen
Op deze pagina vind je inspirerende verhalen over de collectie. Lees over professoren, vakgebieden, instrumenten en nog veel meer. Laat je verrassen!

Op deze pagina vind je inspirerende verhalen over de collectie. Lees over professoren, vakgebieden, instrumenten en nog veel meer. Laat je verrassen!
Een absoluut topstuk in de collectie van het Universiteitsmuseum van Utrecht is een microscoopje dat eind 17e eeuw is gemaakt door Antoni van Leeuwenhoek. Het is één van de elf Van Leeuwenhoekmicroscopen die nog bewaard is gebleven.
Dit is een neptunusbeker (Cliona patera). Deze is zo groot dat Neptunus, de Romeinse god van de zee, er wijn uit kan drinken. Het is een dier, namelijk een spons, die tot ruim een meter groot kan worden. Neptunusbekers komen voor in de warme zee van Singapore tot aan Australië. Sponzen Sponzen zijn dieren, maar
De weckpot met protheses zou in het verleden zomaar echt in bejaardentehuis Beekvliet gebruikt kunnen zijn. Het komt geloofwaardig over omdat het tot voor kort niet ongebruikelijk was dat de oudere mens zijn laatste levensjaren tandeloos doorbracht.
Deze hevel met klauw werd door tandartsen gebruikt om tanden te trekken. De Franse Chirurgijn Garengeot beschreef het instrument met ivoren handvat in 1925 en noemde het een repoussoir, terwijl zijn tijdgenoten dit instrument, vanwege zijn uiterlijk beschreven als pied-de-biche, Geisfuss of Goat’s foot. Boek van Abulcasis Met het bovenste einde (de geitenpoot) werd de
Deze “ zilveren knots” uit 1795 werd gebruikt bij het trekken van kiezen. Het is een instrument dat de pelikaan volgens het überwurf principe werd genoemd.
Bij aanvang van de 20ste eeuw, de opleiding tandheelkunde was nog jong, waren er nauwelijks onderwijsmiddelen om de tandheelkundige pathologie te visualiseren. De lectoren van het tandheelkundig instituut dienden hier zelf zorg voor te dragen.
Deze Somnator volgens Moritz Brochardt staat symbool voor een pijnvrije behandeling tijdens een tandheelkundige ingreep.
Deze klosprothese komt uit de nalatenschap van de lector prothetische tandheelkunde Mej. J.G. Schuiringa. Zij was verantwoordelijk voor de Tandheelkundige Chirurgische Prothetiek in het Tandheelkundig Instituut te Utrecht tussen 1921 en 1957.
Het mechanisme van de trapboor, aandrijving met een vliegwiel, werd vanaf het einde van de 18e eeuw in de tandheelkunde gebruikt.
Deze website plaatst cookies. Voor het bijhouden van statistieken, om functies zoals Google Maps en Youtube te bieden. Voor het plaatsen van sommige cookies hebben we je toestemming nodig.