Wie nam hier een hap?

Honden en katten hebben scherpe, puntige tanden. Bij paarden zijn ze juist plat. Hoe zit dat bij jou? Maak een tandenbroodje en onderzoek wat voor soort tanden jij in je mond hebt. En vergelijk jouw hap met die in het kaartje: was het een mens die in het kaartje hapte of misschien een dier?  

Wat heb je nodig?

Voor vijf tandenbroodjes:

  • Grote kom
  • 150 gram bloem (niet zelfrijzend)
  • 50 gram zout
  • 50 ml water
  • 1 eetlepels (zonnebloem- of olijf-)olie
  • Oven
  • Bakplaat
  • Bakpapier
  • Stiften en/of verf

Verder, als je hebt:

  • Een UMU kaartje ‘Wie nam hier een hap?’
  • Tanden en kiezen die je al gewisseld hebt

Wat moet je doen?

Meng de bloem met het zout en maak een kuiltje in het midden. Giet daar het water en de olie in. Kneed het deeg tot een stevige bal. Voeg wat water of bloem toe als het deeg te droog of te nat is. Maak vijf gladde balletjes en druk ze een beetje plat. Zet nu je tanden in een plat balletje. Let op: het deeg smaakt heel zout.

Haal het deeg voorzichtig uit je mond. Kijk of alle tanden goed te zien zijn. Niet tevreden? Kneed het deeg opnieuw en probeer het nog eens. Tevreden? Droog het deeg in de oven, in 90 minuten op 140°C.

Tandenbroodje klaar? Tijd voor onderzoek!

De broodjes zijn niet eetbaar, maar je kunt ze wel onderzoeken! Bekijk de boven- en onderkant. Waar zitten afdrukken van scherpe tanden? Dat zijn je snijtanden. Hoe zien de afdrukken van je kiezen eruit? Waarom is de vorm verschillend? Kleur de snijtanden rood, de hoektanden blauw en de kiezen groen. Bekijk je tanden ook eens in de spiegel, of bekijk en voel de tanden die je al gewisseld hebt. Welke gebruik je om eten af te scheuren en welke om het fijn te malen?

Wie nam een hap uit het kaartje?

Bekijk de hap-afdruk op het UMU kaartje. Wie denk jij dat een hap genomen heeft: lijkt de afdruk op die van jou en was het dus misschien een mens? Of waren de tanden meer scherp en puntig, of meer plat dan die van mensen? Welk ander dier zou het kunnen zijn geweest?

Verder onderzoeken

Wat wil je nog meer onderzoeken? Vergelijk jouw afdruk bijvoorbeeld met die van anderen en onderzoek hoe recht of scheef je tanden staan. En heeft iedereen van dezelfde leeftijd evenveel tanden en kiezen? En hoe ziet een afdruk van een tand met een gaatje er uit? Als je je tanden en kiezen al gewisseld hebt, en deze bewaard hebt, kun je deze ook bekijken en vergelijken met de afdruk. Kun je zien welke soort tanden het zijn? Zijn ze net zo groot als in de afdruk?

Hoe kan dit?

Met scherpe snij- en hoektanden kun je voedsel afscheuren. Met de grotere, gebobbelde kiezen maal je voedsel in kleine stukjes. Vleeseters (carnivoren), bijvoorbeeld honden, hebben scherpe snijtanden om vlees af te kunnen scheuren. Planteneters (herbivoren), bijvoorbeeld geiten, hebben juist brede kiezen met bobbels en ribbels om planten te vermalen. Een tandafdruk van een vleeseter herken je dus aan kleinere en diepere afdrukken. Deze zie je op het kaartje: de hap was van een hond. Een afdruk van een planteneter heeft plattere tanden en dus minder diepe afdrukken met grotere oppervlakken. Alleseters (omnivoren) zoals de mens, en jij dus, hebben zowel scherpe snijtanden als brede kiezen, zodat je vlees én groente goed kunt eten.

Terug